Cumulus, lesmethodes met de kracht van digitaal en papier.

Lesmethodes voor economie en bedrijfseconomie, voor de onderbouw en bovenbouw havo/vwo.

Box 3

Definitie

Box 3 is één van de drie onderdelen van het Nederlandse boxenstelsel voor de inkomstenbelasting. In box 3 wordt belasting op inkomen uit sparen en beleggen betaald.

Extra uitleg

Het Nederlandse stelsel voor de inkomstenbelasting bestaat uit drie zogenaamde boxen (inkomenscategorieën):

In box 3 betaal je belasting over inkomen uit sparen en beleggen, bijvoorbeeld belasting over de rente op een spaarrekening of het rendement op aandelen en obligaties. Tot en met 2021 ging de belastingdienst hierbij uit van een fictief rendement en een fictieve verdeling van het vermogen (fictief = verzonnen of bedacht).

Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het stelsel in box 3 in strijd is met het Europees recht en moet worden gebaseerd op het werkelijk behaalde rendement. Vanaf 2027 wil de belastingdienst een nieuw stelsel in box 3 invoeren. Tot die tijd geldt er een overbruggingswet waarbij de belastingdienst uitgaat van de werkelijke verdeling van het vermogen en fictieve rendementspercentages. We maken onderscheid tussen twee situaties.

Situatie 1: een persoon met alleen spaargeld in box 3
Als er sprake is van een persoon met alleen spaargeld in box 3 kun je de te betalen belasting in drie stappen berekenen:

Situatie 2: een persoon met verschillende soorten vermogen in box 3
Als er sprake is van een persoon met verschillende soorten vermogen in box 3 (spaargeld, beleggingen en schulden) berekent de belastingdienst de belasting in box 3 als volgt.

De belastingdienst berekent eerst het belastbaar rendement:

  • Stap 1: bereken het rendement van bank- en spaartegoeden en het rendement van beleggingen en andere bezittingen en tel deze twee bedragen bij elkaar op.
  • Stap 2: verminder het totaal met het “rendement op de aftrekbare schulden”. Om het rendement op de aftrekbare schulden te bepalen, moeten de schulden eerst worden verlaagd met een bedrag van € 3.400 per persoon (de drempel).
  • Stap 3: de uitkomst is het belastbaar rendement.

Je hoeft niet over het gehele belastbare rendement belasting te betalen. Een deel is namelijk vrijgesteld van belasting. De belastingdienst berekent daarom als volgende stap het belastbaar vermogen in box 3 door de waarde van de bezittingen te verminderen met de aftrekbare schulden (= schulden – drempel) op 1 januari van het jaar waarover belastingaangifte wordt gedaan en vervolgens te verminderen met het heffingsvrije vermogen. Het heffingsvrije vermogen in box 3 bedraagt € 57.000 per persoon.

De belastingdienst berekent vervolgens het “voordeel uit sparen en beleggen”. Over het voordeel uit sparen en beleggen betaal je 32% belasting in box 3.

Laten we naar een getallenvoorbeeld kijken:

De berekening van de te betalen belasting in box 3 gaat dus als volgt:

Alle Economie begrippen

Bestellen

Economie

Bedrijfseconomie

Producten

Bestellen

Cumulus