sluiten

Je maakt gebruik een oude browser.
Daar heb je vast goede redenen voor. Maar Cumulus garandeert geen goede werking binnen deze browser. Wij adviseren Chrome, Firefox, Safari of Edge.

Cumulus, lesmethodes met de kracht van digitaal en papier.

Lesmethodes voor economie en bedrijfseconomie, voor de onderbouw en bovenbouw havo/vwo.

Inkopen

Definitie

Inkopen zijn de ingekochte goederen van een onderneming, het bedrag van de inkopen is van belang. De inkopen leiden tot een toename van de voorraad.

Extra uitleg

Er zijn voor een onderneming twee manieren om inkopen te betalen:

  • Bij contante inkopen worden de inkopen direct afgerekend en de onderneming betaalt het geld op moment van de inkoop. De uitgave en het moment van inkoop vallen samen.
  • Bij inkopen op rekening worden goederen geleverd door de leverancier, maar de onderneming betaalt niet direct. Er is sprake van een krediettermijn, De uitgave valt bij inkopen op rekening niet samen met het moment van inkoop. Er ontstaat op de balans een post crediteuren. Deze post verdwijnt op het moment van betaling aan de leverancier.

Er kan ook sprake zijn van een combinatie van contante inkopen en inkopen op rekening. Dat zie je in het voorbeeld hieronder.

Gegevens:

In de onderstaande tabel staan de inkopen van een onderneming. De ingekochte goederen worden direct geleverd. De inkopen vinden voor 30% contant plaats. Het overige deel wordt ingekocht op rekening. De krediettermijn van de crediteuren is twee maanden.

maand inkopen exclusief 21% btw
augustus € 200.000
september € 220.000
oktober € 250.000
november € 180.000
december € 190.000

Vragen:

  1. Bereken de toename van de voorraad in het vierde kwartaal.
  2. Bereken de contante uitgaven in het vierde kwartaal.
  3. Bereken de uitgaven aan crediteuren in het vierde kwartaal.

Antwoorden:

  1. Als gevolg van de inkopen in het vierde kwartaal neemt de waarde van de voorraad toe met (250.000 + 180.000 + 190.000) = € 620.000
  2. De contante uitgaven in het vierde kwartaal zijn gelijk aan: 0,30 x (250.000 + 180.000 + 190.000) x 1,21 = € 225.060
  3. De uitgaven aan crediteuren in het vierde kwartaal bedragen: 0,70 x (200.000 + 220.000 + 250.000) x 1,21 = € 567.490

Alle Bedrijfseconomie begrippen

Bestellen

Economie

Bedrijfseconomie

Toetsmakers

Examenbundels

Bestellen